Waarom CD&V?

Deze tekst werd tijdens mijn studententijd in het academiejaar 2008-2009 geschreven. Ze geeft weer hoe ik naar onze christendemocratische ideologie keek en wat mij overtuigde om voor CD&V te kiezen.

 

Christendemocraten zijn in feite personalisten. Het personalisme was een filosofische stroming die vooral (en niet toevallig) tijdens het Interbellum een sterke opmars maakte. Personalisme stelt de persoon als belangrijkste vorm van ‘zijn’ centraal, waarover hieronder meer. Dit vertaalt zich ook in de eerste zin van de CD&V-statuten. “Voor ons telt elke mens.” Wanneer men leest over christendemocratie en personalisme valt het op dat men steeds dezelfde kernwoorden tegenkomt bij het onderzoeken van deze ideologie: subsidiariteit, gerechtigheid, solidariteit en gespreide verantwoordelijkheid.

 

Subsidiariteit gaat ervan uit dat mensen van nature sociale wezens zijn. Een mens is geen eiland op zich, maar ontwikkelt zich in relatie tot anderen. Het is die wederkerigheid die van iedere mens ‘een persoon’ maakt. Personalisme dus. Dat betekent dat voor een christendemocraat de vrijheid van eenieder erg belangrijk is, maar dat diezelfde vrijheid wel op een verantwoordelijke manier gebruikt moet worden. Je doet niet zomaar wat je wil omdat er ook mensen rondom jou staan. Mijn vrijheid stopt wanneer ik de jouwe aantast. Er zijn zo tal van voorbeelden waarop dit eenvoudig principe van toepassing is. Het is een belangrijke leidraad voor het politiek handelen van een christendemocraat.

 

Subsidiariteit benadrukt ook het belang van kleine en middelgrote maatschappelijke verbanden als structuren  die het individu en de maatschappij als geheel met elkaar verbinden. Dit kan alle mogelijke vormen aannemen. Van een eenmalige protestmars tot een vereniging met vergevorderde structuren. Hierin ligt ook de kiem van de waarde die wij hechten aan burgerparticipatie.

 

Subsidiariteit wordt wel eens uitgelegd als het beginsel dat de overheid zich moet organiseren op het niveau dat daar het meest geschikt toe is. Volgens het subsidiariteitsbeginsel dat we hierboven schetsten, behoort de overheid slechts initiatieven te nemen waar individuen en private organisaties niet in staat blijken de problemen zelfstandig op te lossen.  Het beginsel veronderstelt in de eerste plaats autonomie en waardigheid van mensen, waarbij iedereen maximale vrijheid en verantwoordelijkheid moet kunnen opnemen. Hoe dan ook moeten alle maatschappelijke instellingen en structuren, van het familieverband, de verenigingen tot de staat en de internationale orde, ten dienste van de mens staan.

 

Gerechtigheid stoelt op het principe van rechtvaardigheid. Iedereen moet zich kunnen ontplooien, en er moet een zeker normen-en waardenstelsel zijn. Christendemocraten zien de uiting hiervan in de (joods-)christelijke waarden, die volgens hen een sterke samenleving mogelijk maken. Christendemocratie is net daarom een pluralistische ideologie die openstaat voor iedereen. De westerse waarden die we vandaag de dag kennen komen traditioneel voort uit het christelijk geloof  -  wie de Bergrede leest, komt gewoon onze westerse ethiek tegen -  maar zijn geëvolueerd tot gemeen bezit van alle mensen, ongeacht hun (on)geloof.

 

Solidariteit zegt dat we voor de zwakkeren in de samenleving moeten zorgen. Dit vloeit voort uit de christelijke geïnspireerde caritas en naastenliefde. Deze term hangt samen met gespreide verantwoordelijkheid. Hierbij stelt men dat het individu niet alles alleen kan, en er dus een sterk maatschappelijk weefsel nodig is om hem op te vangen. Opnieuw: we zijn verbonden met elkaar. Christendemocraten geloven met andere woorden in de civil society, het zogenaamde middenveld. Deze civil society vervult cruciale functies in de maatschappij en ligt tussen de overheid en markt. Wat burgers zelf willen doen, moeten ze ook zelf kunnen doen, subsidiariteit. De overheid moet hen daarin ondersteunen. Vertrouwen is daarin nog altijd belangrijker dan controle. Het is met name deze civil society die het sociaal kapitaal van mensen prikkelt en vergroot.

 

Een andere vorm van verantwoordelijkheid is de generatie overschrijdende verantwoordelijkheid, die we soms ook omschrijven als het beginsel van rentmeesterschap (“Denk ook aan wie na u komt!”). Volgens dit principe zijn we ten opzichte van de volgende generatie slechts houders (rentmeesters) van onze maatschappij en onze planeet en samenleving. Dit houdt in dat we met de nodige zorg en voorzichtigheid met ons milieu, onze wereld moeten omgaan en haar niet nodeloos mogen uitputten. Dezelfde duurzaamheidsgedachte kan ook in andere thema’s worden toegepast. Die duurzaamheidsgedachte is zuivere christendemocratie.

 

 -

Het bovenstaande toont aan dat onze ideologie niet past niet in de klassieke links-rechts indeling van het politieke spectrum. En dat brengt ons in een krachtige centrumpositie. We geloven niet in extremen, want hebben die al vaak heil gebracht?

 

Als christendemocraten formuleren we antwoorden op problemen vanuit een sterk gemeenschapsgevoel. Solidariteit en verantwoordelijkheid zijn sleutelwoorden in onze maatschappelijke visie. Net daarom is de christendemocratie zo interessant en kon ze mij overtuigen.

 

Deze tekst schreef ik in 2009 samen met Sam Voeten.

 
 
 
cdv_logohighres.jpg